Van boven gezien wordt Nederland abstractie: oneindige strepen groen en geel, een textiel geweven door mensenhanden en seizoenen. Tulpenrijen marcheren in militaire precisie, het smaragd van blad, het citroengoud van bloem.
Een eenzame machine schrijft zijn eigen lijn door dit kleurenpatroon, klein en blauw tegen de immensiteit. Hier toont de polder zijn ware aard: niet landschap maar ontwerp, niet natuur maar negotiatie. Pure ordening, waarin schoonheid ligt in herhaling en contrast.