Een meditatieve studie in oplossing en vergeten, waar goud en duister elkaar hebben gevonden in een taal zonder woorden. De oppervlakte is bevrijd van haar littekens, bijna visionair, met een zwevende, ademende kwaliteit die aan gesmolten barnsteen of licht onder gesloten oogleden doet denken. De donkere vlekken en aderen van weleer zijn teruggezonken in het gouden ondergrondse, opgelost tot zachte schaduwen — niet langer wonden in het materiaal, maar herinneringen die vervagen aan de rand van een droom.